Kilometervergoeding voor dienstverplaatsingen in 2026

2026/04/17

Deel dit op

Werkgevers die werknemers of bedrijfsleiders vergoeden voor dienstverplaatsingen met hun eigen voertuig, kunnen hiervoor een forfaitaire kilometervergoeding toekennen. Wanneer deze vergoeding niet hoger ligt dan de door de overheid vastgestelde bedragen, wordt zij beschouwd als een belastingvrije terugbetaling van kosten eigen aan de werkgever.

De FOD Financiën publiceerde de geactualiseerde bedragen die in 2026 van toepassing zijn. Hieronder vindt u een overzicht, inclusief de belangrijkste fiscale aandachtspunten.

Fiscale spelregels

Een kilometervergoeding voor dienstverplaatsingen is fiscaal aanvaardbaar wanneer:

  • het gaat om dienstverplaatsingen (niet om woon-werkverkeer);
  • het eigen voertuig van de werknemer, bedrijfsleider of zelfstandige wordt gebruikt;
  • de toegekende vergoeding niet hoger is dan de officiële overheidsbedragen;
  • de vergoeding correct wordt opgenomen op de fiscale fiche (281.10 of 281.20).

Indexering van de kilometervergoeding

De overheid past de kilometervergoeding in principe per kwartaal aan, om sneller in te spelen op schommelingen in de brandstofprijzen. Daarnaast blijft ook een jaarlijks forfait bestaan. Werkgevers moeten kiezen tussen het kwartaal- of het jaarsysteem en deze keuze consequent toepassen. Tussentijds overschakelen is niet toegestaan.

Overzicht kilometertarieven 2026

Indexeringssysteem              Periode                                           Kilometervergoeding

Kwartaalindexering              1 januari 2026 – 31 maart 2026       € 0,4326 / km

Kwartaalindexering              1 april 2026 – 30 juni 2026              € 0,4327 / km

Jaarlijkse indexering            1 juli 2025 – 30 juni 2026                 € 0,4449 / km

 

In sommige sectoren bepaalt het paritair comité welk systeem verplicht van toepassing is. Het is daarom aangewezen om steeds na te gaan welke regeling binnen uw sector geldt.

Recent nieuws

2026/04/17

Maximale VAPZ-premies voor 2025 en 2026

Wie als zelfstandige fiscaal voordelig wil sparen voor zijn pensioen, kan ook in 2025 en 2026 rekenen op het Vrij Aanvullend Pensioen voor Zelfstandigen (VAPZ). De FOD Financiën publiceerde recent de officiële maximumbedragen die fiscaal aftrekbaar zijn als beroepskost.

 

Wat is een VAPZ?

Een VAPZ laat zelfstandigen toe om op een fiscaal aantrekkelijke manier aanvullend pensioen op te bouwen. De betaalde premies worden beschouwd als aftrekbare beroepskosten, wat resulteert in een lagere belastbare basis voor de personenbelasting en een vermindering van de sociale bijdragen.

Maximale aftrekbare VAPZ-premies

De maximale premie wordt berekend als een percentage van het inkomen waarop de voorlopige sociale bijdragen worden berekend. Daarnaast geldt telkens een absoluut maximumbedrag.

Jaar          Type VAPZ                Percentage           Absoluut maximum

2025         Gewoon VAPZ          8,17 %                   € 4.000,44
                 Sociaal VAPZ             9,40 %.                  € 4.602,71

2026        Gewoon VAPZ           8,17 %                   € 4.086,34
                 Sociaal VAPZ             9,40 %                   € 4.701,54

 

Voorwaarden om fiscaal voordeel te genieten

  • De betaalde premie overschrijdt het wettelijk maximum niet.

  • Alle sociale bijdragen die in dat jaar opeisbaar zijn, zijn effectief en volledig betaald.

    • Kreeg je een vrijstelling van sociale bijdragen voor één of meer kwartalen? Dan is geen fiscale aftrek mogelijk. Tenzij je de vrijstelling kreeg in het kader van moederschapsrust.

  • De VAPZ-premie is daadwerkelijk betaald in het betrokken kalenderjaar.

2026/04/08

Terugbetaling elektriciteitskosten bij thuis opladen van een bedrijfswagen

Steeds meer werknemers en bedrijfsleiders beschikken over een elektrische of plug-in hybride bedrijfswagen die thuis wordt opgeladen. In dat geval betaalt de betrokkene de elektriciteitskosten doorgaans zelf via zijn of haar privé-energiecontract. De werkgever of vennootschap kan deze kosten (gedeeltelijk of volledig) terugbetalen. De fiscus aanvaardt onder bepaalde voorwaarden dat deze terugbetaling geen bijkomend belastbaar voordeel van alle aard vormt, maar fiscaal op dezelfde manier wordt behandeld als een tankkaart bij een klassieke bedrijfswagen. Deze regeling geldt zowel voor werknemers als voor bedrijfsleiders.

Aangezien een exacte berekening van de werkelijke elektriciteitskost administratief complex kan zijn, laat de fiscus toe dat de terugbetaling gebeurt op basis van een vast bedrag per kWh, zolang dit bedrag het door de administratie vastgelegde maximale CREG‑tarief niet overschrijdt. Deze administratieve tolerantie maakt het systeem praktisch hanteerbaar voor zowel werkgever als vennootschap.

 

Toepasselijke voorwaarden

De gunstige fiscale behandeling is enkel van toepassing indien aan de volgende voorwaarden wordt voldaan.

  1. De werkgever stelt een wagen ter beschikking van de werknemer, al dan niet met een laadpaal (werknemer mag ook gebruik maken van een eigen laadpaal);
  2. De homecharger of de laadpaal beschikt over een specifiek communicatiesysteem dat aan de werkgever communiceert hoeveel elektriciteit er wordt verbruikt;
  3. De carpolicy voorziet in de vergoeding voor de elektriciteit verbruikt met deze laadpaal;
  4. De terugbetaling gebeurt o.b.v. de werkelijke elektriciteitskosten van de werknemer.

 

Maximale vaste tarieven per kWh in 2026

De FOD Financiën publiceert elk kwartaal de maximaal toegelaten vaste tarieven per kWh, bepaald op basis van de door de CREG gepubliceerde gemiddelde elektriciteitsprijzen. De onderstaande tarieven zijn van toepassing in 2026.

Kwartaal 2026                   Vlaams Gewest (€/kWh)             Brussels Hoofdstedelijk Gewest (€/kWh)               Waals Gewest (€/kWh)

Eerste kwartaal 2026              0,3132                                                0,3426                                                                                 0,3523

Tweede kwartaal 2026           0,3191                                                0,3555                                                                                 0,3636

 

De werkgever of vennootschap mag steeds een lager tarief toepassen, maar niet boven deze maximumbedragen gaan. Het toe te passen tarief wordt in principe bepaald volgens het gewest waar de werknemer of bedrijfsleider woont.

2026/03/30

Einde tolerantieperiode Peppol en verplichte e-facturatie: wat moet u weten

Sinds 1 januari 2026 is de gestructureerde elektronische factuur verplicht voor Belgische B2B-transacties. Deze facturen worden onder meer via het Peppol-netwerk uitgewisseld. De overgang naar deze nieuwe manier van factureren brengt voor veel ondernemingen praktische en technische aandachtspunten met zich mee. Daarom voorziet de FOD Financiën in een tijdelijke tolerantieperiode. In dit artikel zetten wij de belangrijkste aandachtspunten voor u op een rij.

 

De pdf is geen factuur

Bij elektronische facturatie wordt in de praktijk vaak nog een pdf-document meegestuurd met de factuur. Deze pdf is echter geen juridisch geldige factuur. De gestructureerde elektronische factuur bestaat uit een XML-bestand en dit bestand vormt het officiële en wettelijk geldige document. Enkel deze XML voldoet aan de wettelijke vereisten inzake e-facturatie en moet ook correct worden bewaard. Wie uitsluitend de pdf of de visuele weergave van de elektronische factuur bewaart, beschikt in feite niet over een geldige factuur, wat fiscale gevolgen kan hebben.

Het is daarom essentieel dat uw facturatie- en archiveringssoftware niet alleen de visualisatie, maar ook het onderliggende XML-bestand bewaart.

 

Tolerantieperiode van de FOD Financiën tijdens de eerste drie maanden van 2026

De FOD Financiën past gedurende januari, februari en maart 2026 een administratieve tolerantie toe. In deze periode worden geen sancties opgelegd voor bepaalde inbreuken op de nieuwe verplichting tot elektronische facturatie, op voorwaarde dat de onderneming kan aantonen dat zij tijdig en op redelijke wijze de nodige voorbereidingen heeft getroffen om de regels correct toe te passen.

De tolerantie geldt enkel voor inbreuken die specifiek verband houden met de invoering van de nieuwe verplichting. Dit kan bijvoorbeeld het geval zijn wanneer de onderneming nog niet over de vereiste technische middelen beschikt om gestructureerde elektronische facturen te verzenden of te ontvangen, eventueel slechts voor bepaalde transacties zoals self-billing of

aankoopborderellen. Ook wanneer het eigen systeem of het systeem van een derde partij nog niet toelaat om een geldige gestructureerde elektronische factuur uit te reiken, bijvoorbeeld bij de combinatie van verschillende btw-regimes op één factuur, kan deze tolerantie van toepassing zijn.

In dergelijke situaties blijft de onderneming wel verplicht om op een andere manier aan haar facturatieverplichtingen te voldoen, bijvoorbeeld via een alternatief formaat of een alternatieve verzendwijze.

 

Fall back regeling bij technische problemen

Wanneer de bestemmeling van een elektronische factuur deze om technische redenen niet kan ontvangen, hetzij zelf, hetzij via een derde die in zijn naam en voor zijn rekening optreedt, is de leverancier tijdelijk niet verplicht om een gestructureerde elektronische factuur uit te reiken. De verplichting om een factuur uit te reiken blijft echter bestaan. In dat geval mag de leverancier een factuur op papier uitreiken of in een niet-gestructureerde elektronische vorm, bijvoorbeeld als pdf-document.

Deze terugvalmaatregel ontslaat de ontvanger niet van zijn verplichtingen. De ontvanger blijft verplicht om elektronische facturen van zijn leveranciers te kunnen ontvangen in de vorm waarin deze worden uitgereikt en moet daarom zonder uitstel de nodige stappen ondernemen om technisch in orde te zijn.

 

Btw-aftrek wanneer geen gestructureerde elektronische factuur wordt ontvangen

Voor de uitoefening van het recht op aftrek van btw moet een belastingplichtige beschikken over een regelmatige B2B-factuur. Voor handelingen die onder de verplichte e-facturatie vallen, vereist de regelgeving in principe een gestructureerde elektronische factuur.

Toch verhindert het niet-naleven van deze verplichting door één van de partijen niet automatisch de uitoefening van het recht op btw-aftrek. Op basis van het principe van substance over form en de rechtspraak van het Hof van Justitie van de Europese Unie kan een belastingplichtige zijn recht op aftrek behouden indien hij beschikt over een factuur die in een andere vorm is opgesteld, maar die wel alle wettelijk verplichte vermeldingen bevat. Het ontbreken van een gestructureerde elektronische factuur kan wel aanleiding geven tot administratieve sancties.

Volgens de Europese btw-richtlijn mogen lidstaten pas vanaf 2030 een gestructureerde elektronische factuur opleggen als formele voorwaarde voor het recht op btw-aftrek.

Blijf op de hoogte

Schrijf u in voor onze nieuwsbrief met fiscale updates en ondernemersnieuws.

Website by Saleswinner