Niet in orde met jaarrekening of UBO? Dit zijn de risico’s

2026/06/02

Deel dit op

Vennootschappen en verenigingen zonder winstoogmerk (vzw’s) zijn onderworpen aan strikte wettelijke verplichtingen inzake transparantie. Twee daarvan springen eruit: de neerlegging van de jaarrekening en het correct bijhouden van de UBO-gegevens. Het niet naleven van deze verplichtingen kan belangrijke financiële en juridische gevolgen hebben.

Jaarrekening niet (tijdig) neergelegd

Elke vennootschap en vzw moet haar jaarrekening jaarlijks neerleggen. Dit moet gebeuren:

  • uiterlijk binnen zeven maanden na afsluiting van het boekjaar, én
  • binnen dertig dagen na goedkeuring door de algemene vergadering.

Deze verplichting blijft gelden zolang de rechtspersoon bestaat, ongeacht of er nog activiteiten zijn. Ook slapende of in vereffening zijnde entiteiten moeten dus blijven neerleggen.

 

Wat bij laattijdige of ontbrekende neerlegging?

Niet (tijdig) neerleggen kan verschillende gevolgen hebben:

  • Hogere kosten
    Bij laattijdige neerlegging wordt automatisch een toeslag aangerekend. Enkel in uitzonderlijke gevallen (overmacht) kan deze onder bepaalde voorwaarden worden teruggevorderd.
  • Aansprakelijkheid van bestuurders
    Bestuurders kunnen persoonlijk en hoofdelijk aansprakelijk worden gesteld voor schade die voortvloeit uit de niet-neerlegging. Bovendien ligt de bewijslast bij hen om aan te tonen dat er geen verband is tussen de fout en de schade.
  • Boetes en sancties
    Zowel strafrechtelijke vervolging als administratieve geldboetes zijn mogelijk. Fiscaal kan dit oplopen van 25 tot 250 euro per maand vertraging, bovenop de verhoogde neerleggingskost.
  • Ontbinding of schrapping uit de KBO
    De ondernemingsrechtbank kan, op verzoek van het Openbaar Ministerie of van een belanghebbende, een rechtspersoon ontbinden wanneer de jaarrekening niet wordt neergelegd. Opvallend: één jaar niet neerleggen kan al volstaan als er geen regularisatie gebeurt.
    Bij drie opeenvolgende jaren zonder neerlegging kan bovendien een ambtshalve doorhaling uit de KBO volgen. Belangrijk: een doorhaling uit de KBO beëindigt de rechtspersoon niet. Deze schrapping kan worden opgeheven door alsnog de ontbrekende jaarrekeningen neer te leggen.

 

UBO-verplichtingen: vaak onderschat

Het UBO-register moet transparantie geven over de uiteindelijke begunstigden van een organisatie. Vennootschappen en vzw’s zijn verplicht om:

  • correcte en volledige UBO-gegevens te registreren, én
  • deze gegevens jaarlijks te bevestigen.

 

Gevolgen bij niet-naleving

Ook hier zijn de sancties niet te onderschatten:

  • Geldboetes
    Administratieve boetes variëren van 250 tot 50.000 euro. Deze kunnen zowel aan de rechtspersoon als aan de uiteindelijke begunstigden zelf worden opgelegd.

 

  • Doorhaling uit de KBO
    In bepaalde situaties kan een rechtspersoon ambtshalve worden geschrapt, bijvoorbeeld wanneer:
    • meerdere jaren geen UBO-informatie wordt doorgegeven,
    • er geen regularisatie volgt na een sanctie, of
    • de jaarlijkse bevestiging ontbreekt.

 

Een doorhaling betekent niet dat de rechtspersoon ophoudt te bestaan, maar ze belemmert wel de normale uitoefening van haar activiteiten. Het verderzetten van activiteiten ondanks een doorhaling kan bovendien strafrechtelijke gevolgen hebben. Daarnaast worden vorderingen die door de rechtspersoon worden ingesteld automatisch onontvankelijk verklaard.

De doorhaling wordt gepubliceerd in het Belgisch Staatsblad, wat een negatieve impact kan hebben op de werking van de entiteit en haar relaties met derden, zoals bijvoorbeeld kredietinstellingen.

Regularisatie mogelijk: Wanneer de verplichtingen alsnog correct worden nagekomen, kan de doorhaling worden opgeheven. Ook deze intrekking wordt gepubliceerd in het Belgisch Staatsblad.

 

Besluit

De neerlegging van de jaarrekening en het correct bijhouden van UBO-gegevens zijn essentiële verplichtingen voor elke vennootschap en vzw. De sancties bij niet-naleving zijn streng en kunnen zowel de organisatie als de bestuurders persoonlijk treffen.

Tijdige opvolging is daarom cruciaal om financiële, juridische en reputatierisico’s te vermijden.

Recent nieuws

2026/05/26

Bescherm uw gezinswoning tegen professionele schuldeisers

Wanneer u als zelfstandige actief bent, bestaat er geen strikt onderscheid tussen uw beroepsvermogen en uw privévermogen. Dit betekent dat schuldeisers zich in bepaalde situaties ook kunnen richten tot uw persoonlijke bezittingen, waaronder uw gezinswoning. Denk hierbij aan gevallen van financiële moeilijkheden, schadeclaims of een faillissement. Gelukkig bestaat er een wettelijke mogelijkheid om uw gezinswoning beter te beschermen: de verklaring van onbeslagbaarheid.

 

Wat is een verklaring van onbeslagbaarheid?

Door middel van een verklaring van onbeslagbaarheid kan een zelfstandige zijn of haar hoofdverblijfplaats beschermen tegen professionele schuldeisers. Deze verklaring wordt afgelegd bij de notaris, die de akte vervolgens laat registreren bij het Kantoor Rechtszekerheid. Vanaf dat moment is de bescherming tegenstelbaar aan derden.

Belangrijk om te weten is dat deze bescherming enkel geldt voor schulden die ontstaan na de neerlegging van de verklaring. Schulden die dateren van vóór deze verklaring blijven dus volledig uitvoerbaar op het privévermogen.

 

Welke schulden vallen onder de bescherming?

De regeling (bescherming) viseert uitsluitend zuivere beroepsschulden. Schulden van gemengde aard vallen buiten het toepassingsgebied van de verklaring van onbeslagbaarheid.

Uit recente rechtspraak blijkt dat fiscale schulden in de personenbelasting per definitie als schulden van gemengde aard worden beschouwd. Hierdoor zijn zij uitgesloten van de bescherming. Anders gezegd, de verklaring biedt geen bescherming als er beslag op de woning wordt gelegd wegens een openstaande schuld inzake personenbelasting.

Daarentegen vormen btw-schulden een typisch voorbeeld van zuivere beroepsschulden, waardoor zij wél onder de regeling kunnen vallen.

 

Wie kan hiervan gebruik maken?

Het begrip ‘zelfstandige’ is hier een ruim begrip dat slaat op alle natuurlijke personen en vrije beroepers die een beroepsactiviteit uitoefenen, zonder verbonden te zijn door een arbeidsovereenkomst of een statuut.

In eerste instantie gaat het om ondernemers die geen vennootschap oprichten voor de uitoefening van hun zelfstandige activiteit en werken via eenmanszaken.

Ook ondernemers die wel een vennootschap oprichten, maar waarbij niet kan worden genoten van de beperkte aansprakelijkheid (denk bijvoorbeeld aan de vennootschap onder firma en de commanditaire vennootschap), kunnen zo een verklaring leggen.

Ten slotte komen zelfstandigen in bijberoep of zelfstandigen die na hun pensioen nog actief zijn eveneens in aanmerking.

 

Welke woning komt in aanmerking?

Enkel de gezinswoning, zijnde de hoofdverblijfplaats, kan beschermd worden. Dit is de plaats waar u effectief woont en waar uw gezin en voornaamste belangen zich bevinden.

De bescherming geldt ook indien u niet de volle eigenaar bent, bijvoorbeeld wanneer u mede-eigenaar of vruchtgebruiker bent. In geval van huur (louter gebruiksrecht) kan er echter geen beroep gedaan worden op deze regeling.

 

Wat bij gemengd gebruik?

Indien u uw woning deels professioneel gebruikt, wordt er een onderscheid gemaakt:

  • Bij minder dan 30% beroepsmatig gebruik kan de volledige woning beschermd worden
  • Bij 30% of meer kan enkel het privédeel worden beschermd

 

Wat bij verkoop en aankoop van een nieuwe woning?

Wanneer u uw woning verkoopt en een nieuwe gezinswoning aankoopt, kan de bescherming behouden blijven, mits aan drie voorwaarden voldaan is:

  • De verkoopopbrengst wordt tijdelijk bewaard bij de notaris
  • De nieuwe woning wordt aangekocht binnen één jaar
  • In de aankoopakte wordt expliciet vermeld dat het om een wederbelegging gaat

 

Kan u afstand doen van deze bescherming?

Ja, dit is mogelijk. In de praktijk gebeurt dit vaak wanneer een bank bijkomende zekerheden vraagt bij een kredietaanvraag. Let wel: een afstand is algemeen en geldt voor alle professionele schulden.

 

Wat bij overlijden?

De bescherming is persoonlijk en vervalt bij het overlijden van de zelfstandige. Erfgenamen kunnen hier dus geen beroep meer op doen voor de toekomst.

 

 

DISCLAIMER: Dit artikel werd gepubliceerd/voor het laatst gewijzigd op 26/05/2026 en werd opgesteld conform de op dat moment geldende wetgeving, rechtspraak, rechtsleer en interpretaties. Sinds voormelde datum kunnen er zich wijzigingen voordoen waardoor dit artikel verouderde informatie kan bevatten.

2026/05/26

Flexi-jobs sterk uitgebreid vanaf 1 juli 2026

De federale regering heeft een wetsontwerp ingediend dat het systeem van flexi-jobs aanzienlijk uitbreidt en versoepelt. Indien goedgekeurd, treden de nieuwe regels in werking op 1 juli 2026.

Met deze hervorming wil de regering flexi-jobs aantrekkelijker en breder inzetbaar maken op de arbeidsmarkt. Tegelijk blijft er ruimte voor sectorale correcties via sociale overlegorganen.

 

Uitbreiding naar bijna alle sectoren

De belangrijkste wijziging is dat flexi-jobs in principe mogelijk worden in de volledige private én publieke sector. Vandaag is het systeem nog beperkt tot een aantal specifieke sectoren.

Sectoren kunnen wel nog worden uitgesloten via een zogenaamde “opt-out”, op vraag van de sociale partners. Deze uitsluiting wordt vastgelegd via een koninklijk besluit. Ook gedeeltelijke uitsluitingen (bv. bepaalde activiteiten of een percentage van het arbeidsvolume) blijven mogelijk, onder meer in de zorgsector.

 

Fiscale en sociale regeling blijft behouden

Het gunstige regime blijft grotendeels ongewijzigd:

  • geen gewone RSZ-bijdragen, maar een bijzondere werkgeversbijdrage van 28%
  • belastingvrijstelling voor flexilonen
    • onbeperkt voor gepensioneerden
    • beperkt tot ± 18.440 EUR (geïndexeerd) voor niet-gepensioneerden

 

Toegang wordt versoepeld

Op verschillende vlakken versoepelt het wetsontwerp de toegang tot flexi-jobs:

  • Voltijdse werknemers mogen voortaan een flexi-job uitoefenen bij een verbonden vennootschap (dit blijft verboden voor werknemers die slechts 4/5 werken).
  • Voor uitzendkrachten wordt het mogelijk om bij verschillende gebruikers tegelijk actief te zijn als uitzendkracht en flexi-jobber.
  • Gepensioneerden moeten hun statuut enkel hebben op het moment van de tewerkstelling (en niet meer in een vroeger referentiekwartaal).

De basisvoorwaarde blijft wel dat werknemers een hoofdactiviteit van minstens 4/5 moeten hebben om een flexi-job te kunnen uitoefenen.

 

Wijzigingen aan het flexiloon

De loonregels worden deels aangepast:

  • De grens van 150% van het barema blijft gelden, maar geldt niet langer voor wettelijke of sectorale premies (zoals overuren of nachtpremies).
  • In de horecasector wordt een vast maximum van 21 euro per uur ingevoerd (in plaats van een percentage).

 

Extra verplichtingen voor werkgevers

Werkgevers zullen verplicht zijn om een elektronisch systeem te gebruiken voor de registratie van begin- en eindtijden van flexi-jobwerknemers.

 

Overgangsmaatregelen in 2026

Voor 2026 geldt een overgangsregeling waarbij sectoren nog op kwartaalbasis kunnen worden toegelaten of uitgesloten. Bestaande uitzonderingen kunnen tijdelijk behouden blijven.



DISCLAIMER: Dit artikel werd gepubliceerd/voor het laatst gewijzigd op 26/05/2026 en werd opgesteld conform de op dat moment geldende wetgeving, rechtspraak, rechtsleer en interpretaties. Sinds voormelde datum kunnen er zich wijzigingen voordoen waardoor dit artikel verouderde informatie kan bevatten.

Blijf op de hoogte

Schrijf u in voor onze nieuwsbrief met fiscale updates en ondernemersnieuws.

Website by Saleswinner