Meerwaardebelasting op financiële activa

2026/04/23

Deel dit op

Na maanden van onderhandelingen werd op 6 april 2026 de wet inzake de meerwaardebelasting op financiële activa definitief goedgekeurd. Met deze nieuwe regeling breekt de wetgever duidelijk met het bestaande fiscale kader door een algemene belasting op meerwaarden in te voeren. De nieuwe regels zijn van toepassing op meerwaarden gerealiseerd vanaf 1 januari 2026 en hebben een aanzienlijke impact op particulieren en bepaalde rechtspersonen die financiële activa aanhouden.

Ook jij, als ondernemer met een vennootschap, zal hierdoor met deze meerwaardebelasting worden geconfronteerd bij de verkoop van je aandelen.

 

Wie valt onder de meerwaardebelasting?

De meerwaardebelasting is verschuldigd door verschillende categorieën van belastingplichtigen. Het gaat in het bijzonder om:

  • natuurlijke personen die rijksinwoner zijn van België;
  • rechtspersonen die onderworpen zijn aan de rechtspersonenbelasting, zoals vzw’s en stichtingen;

Voor vennootschappen die aandelen bezitten verandert er niets.

Bij een gesplitste eigendom wordt wettelijk bepaald dat de inkomsten volledig worden geacht te zijn gerealiseerd door de blote eigenaar van het financieel actief.

Wanneer financiële activa worden aangehouden via een structuur zonder rechtspersoonlijkheid, zoals een maatschap, geldt er fiscale transparantie: de belasting verschuift dan naar de uiteindelijke vennoten, in verhouding tot hun participatie.

 

Welke financiële activa vallen onder de belasting?

Het begrip ‘financiële activa’ wordt door de wetgever zeer ruim ingevuld. Concreet worden vier afzonderlijke categorieën onderscheiden:

  1. Financiële instrumenten, waaronder beursgenoteerde en niet‑beursgenoteerde aandelen, obligaties, geldmarktinstrumenten, afgeleide producten zoals opties en futures, emissierechten, ETF’s en deelnemingsrechten in instellingen voor collectieve belegging.
  2. Verzekeringscontracten en kapitalisatieverrichtingen, zoals spaar‑ en beleggingsverzekeringen (tak 21, 22, 23, 26 en 44), evenals buitenlandse producten die inhoudelijk vergelijkbaar zijn met de Belgische varianten. Groepsverzekeringen, aanvullende pensioenproducten en levensverzekeringen binnen het stelsel van het langetermijnsparen blijven expliciet uitgesloten.
  3. Crypto‑activa, met inbegrip van niet‑inwisselbare tokens die worden aangehouden voor betalings‑ of investeringsdoeleinden.
  4. Valuta, waaronder ook beleggingsgoud.

De meerwaardebelasting is uitsluitend van toepassing op meerwaarden die worden gerealiseerd naar aanleiding van een overdracht onder bezwarende titel, met andere woorden wanneer de overdrager een tegenprestatie ontvangt.

 

Vrijgestelde en gelijkgestelde gebeurtenissen

Niet elke overdracht van financiële activa geeft aanleiding tot een belastbare meerwaarde. Volgende verrichtingen blijven uitdrukkelijk vrijgesteld:

  • schenkingen;
  • eigendomsoverdrachten bij overlijden;
  • uittreding uit onverdeeldheid ingevolge overlijden, echtscheiding of beëindiging van samenwoning;
  • inbreng bij huwelijk.

Daartegenover staan een aantal verrichtingen die door de wet wel gelijkgesteld worden met een overdracht onder bezwarende titel, waaronder:

  • de uitkering bij leven van kapitalen of afkoopwaarden van levensverzekeringen en kapitalisatieverrichtingen;
  • de zogenaamde exit‑tax bij het overbrengen van de woonplaats of zetel van fortuin naar het buitenland.

 

Drie categorieën belastbare meerwaarden

De wet onderscheidt drie afzonderlijke regimes voor de belasting van meerwaarden. Elke overdracht kan slechts onder één categorie vallen, waarbij steeds het meest specifieke regime voorrang krijgt.

Categorie 1: interne meerwaarden

Interne meerwaarden ontstaan wanneer aandelen worden verkocht aan een vennootschap waarover de overdrager, al dan niet samen met naaste familieleden, controle uitoefent. In dat geval wordt de gerealiseerde meerwaarde integraal belast tegen een afzonderlijk tarief van 33 procent, zonder toepassing van enige vrijstelling of gemeentebelasting.

Categorie 2: aanmerkelijk belang

Voor ondernemers met een participatie van minstens 20% in hun vennootschap geldt evenwel een gunstiger regime. Wanneer een belastingplichtige een participatie van minstens 20 procent overdraagt buiten de beroepssfeer en zonder speculatief karakter, valt de meerwaarde onder het regime van het aanmerkelijk belang. Voor deze categorie geldt een vrijstelling voor de eerste 1.000.000 euro aan meerwaarden. Boven deze drempel wordt een getrapt tarief toegepast dat oploopt van 1,25 procent tot maximaal 10 procent. De vrijstelling kan slechts éénmaal per periode van vijf opeenvolgende jaren worden benut.

Categorie 3: algemene regeling

Alle overige meerwaarden die worden gerealiseerd binnen het normaal beheer van het privévermogen vallen onder de algemene regeling. Deze meerwaarden worden belast tegen een afzonderlijk tarief van 10 procent, met toepassing van een jaarlijkse, geïndexeerde voetvrijstelling van 10.000 euro Maak je van deze vrijstelling geen gebruik, dan komt daar gedurende vijf jaar telkens 1.000 euro per jaar bij (tot een maximum van 15.000 euro dus).

 

Berekening van de belastbare basis

De belastbare basis wordt bepaald als het positieve verschil tussen de ontvangen verkoopprijs en de bewezen aanschaffingswaarde van het financieel actief. Kosten en belastingen worden daarbij niet in mindering gebracht. Eventuele minderwaarden kunnen worden verrekend, mits ze door dezelfde belastingplichtige, in hetzelfde belastbare tijdperk en binnen dezelfde categorie werden gerealiseerd.

Het fotomoment op 31 december 2025

Om historische meerwaarden buiten de nieuwe belasting te houden, hanteert de wetgever een fotomoment op 31 december 2025. Enkel de meerwaarde die na deze datum ontstaat, is belastbaar. Voor beursgenoteerde activa geldt de slotkoers van die datum; voor niet‑genoteerde activa zijn specifieke waarderingsregels van toepassing.

Voor niet‑genoteerde activa is een wettelijke standaardmethode voorzien, namelijk (EBITDA × 4) verhoogd met het eigen vermogen. Deze methode is niet verplicht: een alternatieve, verantwoorde waarderingsmethode is mogelijk, mits ze voldoende onderbouwd is. De waardering moet steeds worden op0gesteld door een bedrijfsrevisor of een onafhankelijke accountant.

Hoewel 31 december 2025 het referentiepunt vormt, voorziet de wetgever om praktische redenen in een overgangsregeling. Je hebt daardoor nog tijd tot en met 31 december 2027 om een waarderingsverslag te laten opmaken dat terugwerkt naar dit fotomoment.

 

Inning en aangifte van de belasting

De wijze waarop de meerwaardebelasting wordt geïnd, is afhankelijk van de categorie tot dewelke de belastbare meerwaarde hoort:

  • Voor interne meerwaarden en meerwaarden op aanmerkelijk belang gebeurt de inning via de aangifte in de personenbelasting;
  • Voor de algemene regeling wordt de belasting in principe aan de bron ingehouden door de financiële instelling, met latere verrekening via de aangifte.

Opt‑out

Belastingplichtigen kunnen ervoor kiezen om gebruik te maken van een opt‑out, waarbij geen bronheffing wordt toegepast en de meerwaarde rechtstreeks via de aangifte wordt belast.

Het voordeel van de opt-out is dat er geen prefinanciering plaatsvindt. Het nadeel is dat de financiële instelling de belastingadministratie informeert over de toepassing van de opt-out en over alle inkomsten waarop deze betrekking heeft.

 

 

DISCLAIMER: Dit artikel werd gepubliceerd/voor het laatst gewijzigd op 23/04/2026 en werd opgesteld conform de op dat moment geldende wetgeving, rechtspraak, rechtsleer en interpretaties. Sinds voormelde datum kunnen er zich wijzigingen voordoen waardoor dit artikel verouderde informatie kan bevatten.

Recent nieuws

2026/05/26

Bescherm uw gezinswoning tegen professionele schuldeisers

Wanneer u als zelfstandige actief bent, bestaat er geen strikt onderscheid tussen uw beroepsvermogen en uw privévermogen. Dit betekent dat schuldeisers zich in bepaalde situaties ook kunnen richten tot uw persoonlijke bezittingen, waaronder uw gezinswoning. Denk hierbij aan gevallen van financiële moeilijkheden, schadeclaims of een faillissement. Gelukkig bestaat er een wettelijke mogelijkheid om uw gezinswoning beter te beschermen: de verklaring van onbeslagbaarheid.

 

Wat is een verklaring van onbeslagbaarheid?

Door middel van een verklaring van onbeslagbaarheid kan een zelfstandige zijn of haar hoofdverblijfplaats beschermen tegen professionele schuldeisers. Deze verklaring wordt afgelegd bij de notaris, die de akte vervolgens laat registreren bij het Kantoor Rechtszekerheid. Vanaf dat moment is de bescherming tegenstelbaar aan derden.

Belangrijk om te weten is dat deze bescherming enkel geldt voor schulden die ontstaan na de neerlegging van de verklaring. Schulden die dateren van vóór deze verklaring blijven dus volledig uitvoerbaar op het privévermogen.

 

Welke schulden vallen onder de bescherming?

De regeling (bescherming) viseert uitsluitend zuivere beroepsschulden. Schulden van gemengde aard vallen buiten het toepassingsgebied van de verklaring van onbeslagbaarheid.

Uit recente rechtspraak blijkt dat fiscale schulden in de personenbelasting per definitie als schulden van gemengde aard worden beschouwd. Hierdoor zijn zij uitgesloten van de bescherming. Anders gezegd, de verklaring biedt geen bescherming als er beslag op de woning wordt gelegd wegens een openstaande schuld inzake personenbelasting.

Daarentegen vormen btw-schulden een typisch voorbeeld van zuivere beroepsschulden, waardoor zij wél onder de regeling kunnen vallen.

 

Wie kan hiervan gebruik maken?

Het begrip ‘zelfstandige’ is hier een ruim begrip dat slaat op alle natuurlijke personen en vrije beroepers die een beroepsactiviteit uitoefenen, zonder verbonden te zijn door een arbeidsovereenkomst of een statuut.

In eerste instantie gaat het om ondernemers die geen vennootschap oprichten voor de uitoefening van hun zelfstandige activiteit en werken via eenmanszaken.

Ook ondernemers die wel een vennootschap oprichten, maar waarbij niet kan worden genoten van de beperkte aansprakelijkheid (denk bijvoorbeeld aan de vennootschap onder firma en de commanditaire vennootschap), kunnen zo een verklaring leggen.

Ten slotte komen zelfstandigen in bijberoep of zelfstandigen die na hun pensioen nog actief zijn eveneens in aanmerking.

 

Welke woning komt in aanmerking?

Enkel de gezinswoning, zijnde de hoofdverblijfplaats, kan beschermd worden. Dit is de plaats waar u effectief woont en waar uw gezin en voornaamste belangen zich bevinden.

De bescherming geldt ook indien u niet de volle eigenaar bent, bijvoorbeeld wanneer u mede-eigenaar of vruchtgebruiker bent. In geval van huur (louter gebruiksrecht) kan er echter geen beroep gedaan worden op deze regeling.

 

Wat bij gemengd gebruik?

Indien u uw woning deels professioneel gebruikt, wordt er een onderscheid gemaakt:

  • Bij minder dan 30% beroepsmatig gebruik kan de volledige woning beschermd worden
  • Bij 30% of meer kan enkel het privédeel worden beschermd

 

Wat bij verkoop en aankoop van een nieuwe woning?

Wanneer u uw woning verkoopt en een nieuwe gezinswoning aankoopt, kan de bescherming behouden blijven, mits aan drie voorwaarden voldaan is:

  • De verkoopopbrengst wordt tijdelijk bewaard bij de notaris
  • De nieuwe woning wordt aangekocht binnen één jaar
  • In de aankoopakte wordt expliciet vermeld dat het om een wederbelegging gaat

 

Kan u afstand doen van deze bescherming?

Ja, dit is mogelijk. In de praktijk gebeurt dit vaak wanneer een bank bijkomende zekerheden vraagt bij een kredietaanvraag. Let wel: een afstand is algemeen en geldt voor alle professionele schulden.

 

Wat bij overlijden?

De bescherming is persoonlijk en vervalt bij het overlijden van de zelfstandige. Erfgenamen kunnen hier dus geen beroep meer op doen voor de toekomst.

 

 

DISCLAIMER: Dit artikel werd gepubliceerd/voor het laatst gewijzigd op 26/05/2026 en werd opgesteld conform de op dat moment geldende wetgeving, rechtspraak, rechtsleer en interpretaties. Sinds voormelde datum kunnen er zich wijzigingen voordoen waardoor dit artikel verouderde informatie kan bevatten.

Blijf op de hoogte

Schrijf u in voor onze nieuwsbrief met fiscale updates en ondernemersnieuws.

Website by Saleswinner